duurzaam eten: wie ziet door de bomen het bos nog

Per dag nemen wij zo’n 200 eetbeslissingen. Iemand heeft dat ooit eens onderzocht, blijkbaar. Tweehonderd keer per 24 uur houdt ons brein zich bezig met eten. Op automatische piloot voor de televisie, diep fronsend boven het nieuwe Ottolenghi kookboek of als opgejaagd wild in een drukke supermarkt. Wat gaat er tijdens die 200 momenten allemaal door ons hoofd? Willen we gewoon lekker eten? Gezond, niet te duur, kindvriendelijk, makkelijk, ethisch verantwoord, light, duurzaam of liefst alles tegelijk?
Ja, dat ja, liefst alles tegelijk.
Dat geldt ook voor mij. Hoewel ik de duurzaamheid van mijn voeding in rekening breng, is die vaak ondergeschikt aan heel wat andere factoren. Toch is het niet onbelangrijk wat meer aandacht te hebben voor onze ecologische voedselafdruk, want wereldwijd is maar liefst een derde van de uitstoot van broeikasgassen afkomstig van de productie, verwerking, het vervoer en de bewaring van voedsel! Een hele waaier aan kansen om iets goeds te doen voor onze planeet dus. En omdat kennis macht is, ging ik op zoek naar informatie om mijn voedselafdruk te verkleinen. Niet bepaald een zwart-wit-verhaal, zo bleek…

De seizoenen volgen

Om zo min mogelijk impact te hebben op het klimaat, moeten we de seizoenen volgen. Niet gemakkelijk, want winter of zomer, de winkelrekken liggen altijd vol met alles.
Wie op safe wil spelen wat groente betreft, kan elke dag voor aardappelen, prei en wortelen gaan. Die groeien in onze contreien altijd. Toch wat nood aan variatie? Dan is een fruit- en groentekalender een handig hulpje (www.velt.nu/groentekalender). Tropische fruitsoorten ontbreken daarin, omdat deze producten zoveel kilometers afleggen voordat ze onze winkels bereiken dat ze, volgens milieuverenigingen, geen duurzame keuze zijn. Maar nooit meer bananen eten… Daar wil ik niet voor tekenen. Ook exotisch fruit kan je gelukkig bewuster uitkiezen: citrusvruchten en kiwi’s bijvoorbeeld komen in de wintermaanden uit respectievelijk Spanje en Italië, terwijl dat in de zomer uit Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland is. Etiketten lezen dus!
Niet alleen groenten en fruit kennen seizoenen, maar ook vis. Tijdens de paaitijd hoor je vissen met rust te laten. Daarom zijn rode poon, sint-jakobsschelpen en koolvis goede keuzes in het voorjaar, terwijl de zomer en het najaar ideaal zijn voor schol, schelvis en zeebaars. Net zoals bij groenten en fruit, kan een goede kalender je hierbij helpen (www.vlam.be/nl/webwinkel/viskalender).

Voedselkilometers

Per ton voedingsmiddelen en per kilometer stoot een vliegtuig tot 1580 g CO2 uit, terwijl dit voor een boot slechts maximaal 30 g is. Een flink verschil in impact dus, waar je in de supermarkt geen zicht op hebt. De regel is dat harde fruit- en groentesoorten en fair trade producten per boot getransporteerd worden. Kwetsbare soorten als bessen, lychees en asperges gaan met het vliegtuig. Maar ook ananassen en papaja’s komen door de lucht.

Het concept van voedselkilometers raakt meer en meer bekend, maar volgens Britse onderzoekers zou die focus op de herkomst van onze voeding ons milieu wel eens meer kwaad dan goed kunnen doen. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van lokale kweek in verwarmde serres. Zo zorgt 1 kg Belgische serretomaten voor 2,3 kg CO2 uitstoot, terwijl dat voor Spaanse tomaten slechts een vierde hiervan is. Ook in het geval dat je voor lokale bewaargroenten- en fruit kiest, die maanden in een koelcel gehouden worden, overstijgt de uitstoot van broeikasgassen al snel die van ingevoerde producten. Voedselkilometers geven een te eenzijdige kijk op de zaken, aldus die Britten. Ook de manier waarop er aan landbouw gedaan wordt, de opslag en de verwerking spelen een rol om de uiteindelijke ecologische impact van een product te bepalen. En last but definitely not least: de manier waarop wij consumenten onze boodschappen doen. Lees: als je die bio sla vers bij de boer van het veld haalt, maar je rijdt daarvoor een eindje met de auto, dan ben je eraan voor de moeite. Een geïmporteerde Spaanse krop die je met de fiets haalt bij de supermarkt in je buurt is dan een beter idee. Kun jij het nog volgen? Ik heb besloten voortaan meer de fiets te nemen, om vervolgens zoveel mogelijk seizoensgebonden boodschappen te doen. In de hoop daarmee dat moeilijke voedselkilometervraagtsuk zonder al te veel mijn hersenen te breken te omzeilen.

Veggie eten

Het is hip and happening en vooral heel erg nodig: minder vlees eten. Liefst geen. Het zou een ware verademing zijn voor onze planeet. Letterlijk. 30% van het ijsvrije vasteland wordt direct of indirect gebruikt voor veeteelt, net als een derde van ons zoetwaterbestand. Niet onlogisch als je bedenkt dat het produceren van 1 kg vlees maar liefst 7 kg plantaardig materiaal vraagt.
In 2006 publiceerden de Verenigde Naties het rapport ‘Lifestock’s Long Shadow’, waarin geschat werd dat 18% van de uitstoot van broeikasgassen te wijten is aan veeteelt. Dat is veel, maar volgens critici belachelijk onderschat: de VN-onderzoekers baseerden zich voor hun rapport op cijfers uit 2002, ze lieten de ademhaling van de dieren buiten beschouwing, alsook de volledige visindustrie. De klimaatproblemen die het omzetten van bos naar landbouwgrond met zich meebrengt, werden ook maar voor een fractie in rekening gebracht. De kritische herschatting van het veeteelt-aandeel? Maar liefst 51%.
Enfin, véél dus. Tijd voor vaker veggie. Van soms tot regelmatig tot altijd: alles is goed. Alles is beter dan elke dag vlees. Wij Belgen zijn bourgondische carnivoren en dat heeft niets met wetenschap te maken, maar alles met gewoontes. Probeer dus eens wat veggie-kost en neem een gouden raad van een oude rot in het vak aan: do not label it. Niet van ‘we gaan vegetarisch eten’ dus. In de marketingwereld is het intussen duidelijk dat de gemiddelde Belg nog steeds met net iets langere tanden aanschuift aan een vleesloze tafel. Wat niet weet, eet.
Als je er dan toch voor kiest om vlees op het menu te zetten, bedenk dan dat herkauwers (koeien, schapen en geiten) de grootste vervuilers zijn. Hun mest en scheten bevatten namelijk grote hoeveelheden methaan, een broeikasgas dat 25 keer sterker is dan CO2. Verder is het de productie van veevoer die een grote impact heeft op ons milieu. Aangezien ook melkkoeien drollen leggen, scheten laten en eten, hebben ook zuivelproducten een flinke voedselafdruk. Plantaardige alternatieven voor melkproducten vragen ook grond, water en verwerking, maar door de afwezigheid van die zware methaan-uitstoot zijn ze een milieuvriendelijkere keuze.

Biologisch eten

In tegenstelling tot wat het grote publiek vaak nog denkt, is biologische voeding volgens wetenschappers niet gezonder of veiliger dan gewoon eten. In vergelijking met standaard voedingsmiddelen zijn er wel verschillen in het gehalte aan vitamines, mineralen en bestrijdingsmiddelen in en op het finale product, maar volgens studies zijn die verwaarloosbaar voor onze gezondheid.
Het Biogarantie-label (in Nederland het EKO-label) belooft ons een aantal zaken: dat de producent de ecologische schade tijdens het productieproces en het transport zo klein mogelijk houdt, dat iedereen die betrokken is bij het bereiden van het product, wereldwijd, een eerlijk loon ontvangt en dat de natuur op en rond het landbouwbedrijf gerespecteerd wordt.

Insecticiden zijn jammer genoeg niet weg te denken uit de bio-landbouw. Hiervoor worden biologische bestrijdingsmiddelen gebruikt in plaats van synthetische. Maar we hebben het hier niet over lieveheersbeestjes die ingeschakeld worden als bladluisverdelger. Biologische pesticiden zijn ook giftig. Doorgaans worden ze wel sneller afgebroken, waardoor ze minder lang schade berokkenen in de bodem of het water. De meesten zijn ook minder schadelijk voor andere organismen dan synthetische insecticiden. Maar ook weer niet altijd. Bovendien zijn sommige synthetische bestrijdingsmiddelen effectiever, waardoor er kleinere hoeveelheden van nodig zijn in vergelijking met biologische. Ik heb het gevoel dat het toch niet al goud is, wat bio-blinkt… Van het milieuvriendelijke effect blijft sowieso nog maar weinig over als het gaat om bio-voeding die ingevoerd wordt per vliegtuig, gekweekt wordt in verwarmde serres, sterk bewerkt of diepgevroren wordt, of waarin vlees of vis verwerkt is.
Het Biogarantie-label lijkt me dus in de eerste plaats een ethisch label. Tijdens de productie is er een groter respect voor dier, mens en planeet dan in de gangbare landbouw en veeteelt. Ook niet onbelangrijk.

Verpakt en bewerkt eten

Het overgrote deel van de producten in een supermarkt is verpakt. En nog eens verpakt. En soms nog eens. Door verpakkingen te vermijden, verklein je niet alleen je hoeveelheid afval. Het maken van die verpakkingen kost grondstoffen en energie en het transporteren ervan naar de voedingsindustrie stoot tonnen CO2 uit. En uiteindelijk belanden ze in een verbrandingsoven, op een vuilnisbelt of in zee.
Per persoon per jaar produceren wij Belgen zo’n 160 kg afval. En twee derde daarvan is afkomstig van etenswaren! Inspirerende blogs als Zero Wast Home en Leven Zonder Afval geven het goede voorbeeld met concrete tips. Alle begin is moeilijk zegt men, maar in het geval van je leven wat afvalarmer te maken, vind ik dat meevallen: geen plastic zakjes of boodschappentassen gebruiken, voor één verpakking kiezen in plaats van vele kleintjes, groenten en fruit in bulk kopen in plaats van voorverpakt, kraantjeswater drinken en kant-en-klare waren vermijden. Toen ik in de supermarkt met een zero-waste-blik naar producten begon te kijken, werden verpakkingen mij een doorn in het oog. De plastic bakjes en zakjes vermijden gaat dan ook prima, maar in zo’n warenhuis kan je nooit tot het afvalvrij-gevorderdenniveau komen. Daarvoor moet je met een opbergdoos naar de bakker en de viswinkel gaan, met zakjes en potten naar de markt voor noten, olijven en kruiden en met kom en handdoek naar de frituur. Ik ben nog in opleiding. Wat ik wel al goed onder de knie heb, is het vermijden van bewerkt voedsel. Want ook die fair-trade koekjes en bio diepvriespizza laten een spoor van CO2 en vervuiling na.

Het verminderen van afval in de keuken beperkt zich uiteraard niet tot het vermijden van verpakkingen. Per jaar wordt er in België 660 000 ton voedsel weggegooid. Dit terwijl er zo’n 117 000 mensen rechtstreeks afhankelijk zijn van voedselhulp.
Voedselverspilling begint reeds tijdens de productie: heel wat groenten en fruit sneuvelen omdat ze niet voldoen aan de normen voor de grootindustrie. Hier tegenin gaan, doe je door je aankopen rechtstreeks bij de boer te doen. De volgende verspillingsronde gebeurt in de supermarkt. Door te kiezen voor imperfect fruit en groente, vermijd je dat die sukkeltjes ’s avonds in de vuilbak belanden. En wanneer je weet dat je die pot yoghurt op 2 dagen op hebt, grijp dan niet op automatische piloot naar de allerachterste verpakking in het rek. Kijken naar een houdbaarheidsdatum werkt in twee richtingen: kies voor nabije data als je weekmenu dat toelaat, zo vermijd je opnieuw dat perfect eetbare, maar weinig begeerde voeding in de winkel wordt weggegooid. Staat er ‘tenminste houdbaar tot’ voor de datum, dan is het product trouwens ook nog heel wat langer houdbaar. Dit in tegenstelling tot producten met een ‘uiterste houdbaarheidsdatum’. And again: etiketten lezen dus!

Moraal van het verhaal

Het lijkt een onmogelijke opgave om het helemaal goed te doen. Een aantal dingen die ik voor vaststaande feiten aannam, lijken toch wat wiebelig. Over de duurzaamheid van bio-voeding en een eigen moestuintje is er nogal wat discussie en voedselkilometers geven blijkbaar niet altijd een volledig beeld van de voedselafdruk van een product.
Maar er zijn wel degelijk zekerheden als het op duurzaam eten aankomt.

  • Ga voor onverpakte en onbewerkte seizoensproducten.
  • Beschouw vlees en vis als luxe-producten.
  • Doe je boodschappen zoveel mogelijk in de buurt, liefst te voet of met de fiets.
  • Sta stil bij de houdbaarheid van producten en vermijd voedselverspilling.

En vooral: ons best blijven doen en er blijven om geven! May the forest be with you.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *