De onzin van vitaminesupplementen

De supplementenindustrie is een miljardenbusiness.  Maar zijn al die pilletjes, poedertjes en siroopjes nodig , als je gewoon, goed en gezond eet?  Een kritische blik op vitaminesupplementen.

Hoe de vitamine maddness begon

Het aanbod aan vitaminesupplementen lijkt eindeloos. Zowel bij de apotheker en Kruidvat als online kan je 1001 soorten supplementen aankopen. Ook al bestaan er maar dertien vitamines. Dertien ‘organische, in voedsel voorkomende stoffen, onmisbaar voor het lichaam’, zoals Van Dale het formuleert.
Onmisbaar dus. Ons lichaam kan inderdaad niet functioneren zonder vitamines. In het begin van de 19de eeuw, toen men de eerste inzichten kreeg in de chemie van onze voeding, werd voedsel gedegradeerd tot simpelweg een bron van eiwitten, koolhydraten en vetten. Neem je die in de nodige hoeveelheden op, dan werkt je machinerie, zo dacht men. De mysteries rond voeding leken ontrafeld en brouwsels werden gemaakt om mensen, als machines, draaiende te houden. Maar baby’s en zeelieden die het enkel met deze prehistorische smoothie moesten stellen werden ziek en de simplistische visie op ons eten begon snel te wankelen. Toen bleek dat banale aardappelen en appelsienen deze zieken als bij toverslag terug in goede gezondheid konden brengen, begonnen wetenschappers te spitten en het was de Pool Funk die ontdekte dat er wel degelijk meer te vinden was in eten dan koolhydraten, eiwitten en vetten. Hij gaf de magische stofjes de naam ‘vitaminen’ en al het heil leek ineens daar te vinden. Op dát moment, gebeurde het. Vitamania! De mensheid raakte in de ban van de onzichtbare wondermoleculen die ons konden redden van afschuwelijke ziektes als scheurbuik en beriberi. En de mensheid besloot dat als een tekort aan deze stofjes tot ziekte leidt, dat een overschot dan tot gezondheid leidt. Extra gezondheid. Of was het de voedingsindustrie die dat besliste? De eerste verpakkingen voorzien van schreeuwerige ‘met extra vitamine something something’ kwamen in de winkelrekken te liggen. En mensen kochten ze gretig, dat zelfverklaarde gezonde eten.

Mensen kopen nog steeds dat soort eten. En ook vitaminepilletjes, -poedertjes en -siroopjes blijven over de toonbank vliegen. Tegen futloosheid, stress en slapeloosheid, voor een hoger libido, extra energie en een goede concentratie. Noem maar op.
In 2018 zou de supplementenmarkt wereldwijd jaarlijks 250 miljard dollar opbrengen. Om je min of meer een beeld te kunnen vormen bij dit bedrag, even ter vergelijking: een reus als The Coca Cola Company maakte in 2014 een omzet van 45 miljard dollar. We spreken dus over een industrie die 5,6 keer meer int. En daar is op zich niets mis mee. Zij het niet dat het merendeel van die supplementen hoegenaamd geen wetenschappelijk onderbouwde gunstige invloed heeft op ons functioneren en sommigen onze gezondheid zelfs in gevaar kunnen brengen.

Zinvolle vitaminesupplementen

Uiteraard is het geen zwart-wit verhaal. Zwangere vrouwen bijvoorbeeld wordt terecht aangeraden extra foliumzuur (vitamine B11) in te nemen. Vitamine D-supplementen kunnen noodzakelijk zijn voor mensen die weinig in contact komen met zonlicht, bijvoorbeeld doordat ze vaak binnen zitten of hun huid bedekken als ze naar buiten gaan. Omdat een getinte huid minder (snel) vitamine D aanmaakt, kunnen personen met een donker(der)
huidtype ook gebaat zijn bij een supplement. Veganisten die zich strikt onthouden van alle dierlijke producten zijn vaak genoodzaakt vitamine B12-supplementen in te nemen. En niet te vergeten: als je ooit aan scheurbuik of beriberi zou lijden, lost een vitamine C pilletje dat in no-time op.
Al wie niet in een van deze categorieën valt, hoeft zich weinig zorgen te maken over vitaminetekorten. Zelfs met een heel gemiddeld voedingspatroon krijg je makkelijk alle aanbevolen dagelijkse hoeveelheden binnen. Zo levert een appel je reeds een derde van je dagelijks nodige vitamine C, een wortel covert heel je vitamine A behoefte en twee sneetjes meergranenbrood brengen een kwart van je dagelijkse noodzaak aan foliumzuur aan. Zelfs rommeleten bevat vitamines! In een klein pakje friet zit bijvoorbeeld al ongeveer een tiende van je nodige vitamine C. Twee blokjes donkere chocolade zorgen voor 10% van je noodzaak aan vitamine B1 en een halve pizza Hawaï geeft je meer dan een tiende van je dagelijkse behoefte aan foliumzuur. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar het punt lijkt me duidelijk. Als je gewoon gewoon eet, is de kans dat je iets tekort komt bijzonder klein.

Kan je teveel supplementen innemen?

Wat gebeurt er nu als je toch vitaminesupplementen slikt, bovenop al die vitamines die je al uit je doorsnee voeding haalt? De ‘baat het niet dan schaadt het niet’ theorie gaat helaas niet op voor elk vitamine. Als je teveel vetoplosbare vitamines inneemt (A, D, E en K), stapelen de overschotten zich op in je lever en vetweefsel, met vervelende tot pijnlijke neveneffecten als gevolg. Excessen van de wateroplosbare vitamines (C en alle B’s) zullen minder snel tot echte kwalen leiden. Deze plas je gewoon uit. Je spoelt je centen dus min of meer letterlijk door de wc-pot. Hardcore supplementgebruikers, opgepast, want het lichaam kan dit wegspoelen soms niet meer bijhouden, met mogelijke symptomen als vervelende diarree tot beangstigende gevoelloosheid in ledematen tot gevolg.

Naar je dokter luister je beter wel, maar laat de voedings- en farma-industrie je dus niets aanpraten. Je hebt geen extra vitamines nodig. Gewoon gewoon eten met wat fruit en groenten en zelfs af en toe frietjes en you got it covered.


Profielfoto met bril en tools zwart-wit voor grid (649x800)

Als dit artikel je kon boeien, dan zijn de volgende stukken ook wel iets voor jou:

 

Hit enter om te zoeken of Esc om te sluiten