Ik wil geen vlees meer eten

‘Ik wil geen vlees meer eten!’

Elf was ik, toen ik besloot dat ik geen vlees meer wou eten. Elf, en ik had net een undercoverreportage van GAIA gezien over onze veeteelt. Nog steeds kan ik me die beelden levendig voor de geest halen: pure horror. Mijn ouders, beide vleeseters en ouder van nog twee andere vleeseters, vonden het meteen oké – vermoedelijk gingen ze ervan uit dat ik na twee weken wel opnieuw aan de salami, witte worsten en preparé (met kappertjes, mmm…) zou zitten. Toch werd er even gepolst naar mijn motivatie, zoals dat bij ons de gang van zaken was.
‘Ah, dus je vindt de manier waarop mensen koeien en varkens en kippen behandelen afschuwelijk? … Maar vlees eten op zich vind je dan eigenlijk niet per se fout? … En je vindt het niet kunnen dat die dieren zo lijden en een onwaardig en ongelukkig leven hebben?’
Mijn Papa en ik kwamen tot de overeenkomst dat ik geen vlees en gevogelte meer zou eten, maar wel nog vis. ‘Want vissen zwemmen fijn en blij rond in zee en hebben een gelukkig leven voor ze gevangen worden’ – of hoe hij mij overtuigde wekelijks wel nog een stukje vis mee te eten.

Zo werd ik toen dus pescotariër en vandaag ben ik dat nog steeds. Ook al ben ik niet meer zo naïef, wat het visverhaal betreft. Het feit dat ik mezelf hier en nu dit etiket geef, is een zeldzaamheid. Want ik ben principieel tegen etiketjes. En ik ben vaker vegetariër en veganist dan pescotariër. Maar welke van die drie gedaantes ik ook aanneem, de absolute basis van mijn eetpatroon bestaat, elke dag opnieuw, uit planten. Wat dat betreft hang ik erg aan de lippen van de Amerikaanse journalist en activist Michael Pollan: ‘Eat real food. Not too much. Mostly plants.’

Enkele jaren geleden heb ik het geprobeerd, fulltime veganist zijn. Mijn geweten knaagde. Alle dierlijke producten bannen leek me een haalbare stap, na jaren zonder vlees en gevogelte. Yoghurt, melk en room konden makkelijk vervangen worden door plantaardige varianten. Vis zou ik moeten laten, maar zo heel erg vaak eet ik dat nu ook weer niet. Peulvruchten en noten eet ik met plezier, dus dat zou het pijnlijke gemis van feta, parmezaan en Roquefort hopelijk wel goed maken…
Ik hield het 3 weken vol. Ik miste dingen, smaken, gelegenheden, plezier. Het idee ‘NOOIT MEER’ werkte niet voor mij. Wat niet wegneemt dat ik nu met heel veel smaak meerdere malen per week een veganistische schotel verorber. Er gaan dagen voorbij dat ik helemaal niets dierlijks eet, zonder dat ik daarbij stilsta.
Als ik van mijn zeldzame stukje vis geniet, weet ik dat het eigenlijk niet klopt. Ik koop bewust, maar besef dat ik hiermee alleen maar mijn geweten sus.

Ik slaag er niet in om als happy vegan door het leven te gaan. Maar dat neemt niet weg dat ik wel heel hard geloof in de voordelen van plantaardige voeding, op allerlei vlakken! Dat is ook de boodschap die ik wil doorgeven via Karola’s Kitchen. Ik probeer mensen, vegetariërs, maar meer nog vleeseters, zin te doen krijgen in plantaardige kost. Zonder hier een etiket op te plakken. Mijn eten spreekt voor zich.
Ik vind het fantastisch om carnivoren enthousiast te krijgen over veggie-gerechten en reacties te ontvangen als: ‘Zelfs mijn man, die altijd zijn stukje vlees wil, vond het heerlijk zo!’ of ‘Mijn opa, die echt tégen veganistisch eten is, had niet door dat er geen vlees in zat!’. Zo gaat het werken, volgens mij. Als de grote massa met plezier minder vlees gaat eten. Als de grote massa ontdekt dat plantaardig eten niet alleen belangrijk is voor onze planeet en onze dieren, maar ook gewoon goed is voor lichaam en geest. Zo lukt het mij alvast om hier elke dag opnieuw vleesloze gerechten te serveren aan al mijn vleesetende vrienden en familie. En hup, zo zijn er weer enkele parttime vegetariërs bij! We komen er wel. Daar ben ik van overtuigd.

Hit enter om te zoeken of Esc om te sluiten